Alledaagse vooroordelen in de zorg

Hulp zoeken in een land dat je bestaan ontkent

Community

Gastredacteur
5 September 2017, 11:45

Ik ben kwaad en ik ben het zat. Ik ben gestopt met therapie. De laatste druppel was een gesprek met mijn (witte, mannelijke) therapeut waarin ik het wilde hebben over mijn ervaringen met racisme, die een diepe impact op mij hebben gehad. Hij trivialiseerde en ontkende mijn ervaringen, onder andere door te zeggen dat alle racisme meteen zou verdwijnen als ik aan mensen uitleg dat ik ook een Nederlander ben. Het was dus mijn schuld omdat ik dat niet had gedaan. Bovendien vond hij dat ik me niet mocht inlaten met andere mensen van kleur, laat staan LHBTQIAP+ mensen van kleur, omdat ik nu hier woon en ben opgegroeid en ik me niet moet afzonderen van de maatschappij (waar mensen van kleur dus kennelijk buitenstaan???). Ik zei dat ik niet alleen Nederlander ben maar ook Arabisch, omdat mijn ouders dat zijn, en een gekleurde vrouw. Toen bepaalde hij voor mij dat ik me alleen als Nederlander mag definiëren, omdat ik geadopteerd ben. Ik ben het zat, omdat dit niet het eerste voorval was, maar het zoveelste.

Even een introductie van mezelf: Ik ben een 33-jarige cisvrouw, geadopteerd door Nederlandse mensen. Mijn ouders komen uit Algerije en Jordanië. Ik ben panseksueel. Ongeveer tot mijn zeventiende dacht ik dat ik lesbisch was. Later kwam ik erachter dat ik me vooral tot iemands persoonlijkheid aangetrokken voel en dat geslacht voor mij geen bepalende factor is. Mijn adoptieouders hebben mij zwaar fysiek mishandeld, waren vreselijk racistisch en – toen ze erachter kwamen – ook homofoob tegen mij. Ik heb jaren geleden het contact met ze verbroken en dat is één van de beste beslissingen die ik ooit heb gemaakt.

Op school werd ik gepest om mijn uiterlijk en afkomst. Het heeft lang geduurd voordat ik in de spiegel kon kijken en niet een lelijk en slecht iemand kon zien. Ik heb op het gymnasium gezeten en heb later aan de universiteit gestudeerd. Ik ben getrouwd met een transgender vrouw. Zij is mijn grote steun en toeverlaat en ik hou ontzettend veel van haar. Psychisch heb ik al heel lang problemen: door de mishandeling heb ik een ernstige complexe posttraumatische stressstoornis, ik heb al vanaf mijn veertiende om de zoveel jaar hele zware depressies en ik heb een psychose gehad. Daar komen nog angststoornissen (o.a. agorafobie), periodes van zware automutilatie en OCD bij.

Ik ben het zat dat als ik heel hard hulp nodig heb, mijn werkelijkheid, mijn meningen en mijn identiteit worden ontkend.

Transfobische hulpverlening

Vlak voor het therapiegesprek had ik een maand lang een aantal keer per week mensen over de vloer van de ambulante zorg, omdat het erg slecht ging. Ik was mezelf weer aan het beschadigen en ik had hele duistere gedachten; ik vond dat de wereld beter af zou zijn zonder mij. Om weer een opname te voorkomen op de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis of een bezoek aan de EHBO kreeg ik deze zorg.

De hulpverleners gingen er bij het eerste gesprek van uit dat ik een man had. Ik verbeterde hun en zei dat ik een vrouw heb. Ik zei er ook bij dat ze een transgender vrouw is. Ze bleven er vervolgens stug ermee doorgaan haar ‘hem’ te noemen. Ik bleef ze hierop verbeteren en ik bleef zelf de goede voornaamwoorden gebruiken. De therapeute zei: “Waarom dan, hij zit er toch niet bij?”. Ik antwoordde dat ík het óók vervelend vond. Ik hou van mijn partner en wil dat mensen haar respecteren. Ik vertelde dat mijn vrouw nog niet zo lang is uitgekomen als transgender. Zij vonden dat dit een groot probleem voor mij moest zijn, ook al zei ik dat dat niet zo was. Ik legde hen uit dat ik mij aangetrokken voel tot een persoon en dat het geslacht voor mij niet uit maakt. Dat ik het juist fijn vindt, omdat ik zie dat ze zo veel gelukkiger is. Maar dit wilden ze niet aannemen. Ze bleven hier drie gesprekken lang op terugkomen. Ik ben het zat dat op de dieptepunten in mijn leven, als ik heel hard hulp nodig heb, mijn werkelijkheid, mijn meningen en mijn identiteit worden ontkend. Ik ben het zat dat ik terwijl ik in een zware depressie zit basislessen moet gaan geven in LHBTQIAP+ issues, problemen van mensen van kleur en intersectionaliteit. Toen de mensen van de ambulante zorg weer weggingen voelde ik me niet beter, maar naast depressief ook nog eens ontzettend vermoeid en geïrriteerd door dit alles.

Oneindige vooroordelen

In de voorgaande jaren heb ik af en aan therapie opgezocht en de therapie vaak weer afgebroken. De eerste therapeut had ik op mijn veertiende. Ik heb particuliere therapeuten opgezocht en grote instanties met lange wachtlijsten. De redenen om het af te breken zaten in het verlengde van de vorige twee ervaringen:

• Één witte vrouw vond dat bi-/panseksualiteit niet bestond en dat ik niet lesbisch kon zijn, omdat ik er niet lesbisch uit zag (?) en vertelde me dat ik dus ‘gewoon hetero’ was en ‘niet bang hoefde te zijn’.

• Één witte oudere man kon niet geloven dat ik destijds op het gymnasium zat en ik moest de vertrouwenspersoon van school een brief laten schrijven waarin ze zei dat ik echt op die school zat. Toen hij de brief las waarin een witte vrouw hetzelfde zei als ik, wilde hij me eindelijk geloven.

• Één witte vrouw wou niet geloven dat ik geadopteerd was, gestudeerd had en met iemand getrouwd was die aan de universiteit werkt. Ik was volgens haar een Turkse vrouw, mijn ouders waren Turkse gastarbeiders en toen ik vertelde wat voor werk mijn partner deed (onderzoek en lesgeven), boog ze naar me toe en zei heel langzaam: “Je bedoelt, hij maakt SCHOON op de universiteit.”

• Een andere witte vrouw wou de afkomst niet aannemen van mijn biologische moeder. Ik weet dat mijn moeder aan de universiteit heeft gestudeerd en even in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Volgens haar was dit niet zo, want – zo legde ze me uit – “Moslima’s mogen helemaal niet studeren of werken, die mogen niet eens autorijden en worden vreselijk onderdrukt door hun mannen”. Ze vertelde mij dat mijn moeder waarschijnlijk een illegale vluchteling was die mij hier in wanhoop heeft afgestaan en nu waarschijnlijk dood zou zijn. Toen ik vroeg waar ze dan voor op de vlucht zou moeten zijn, omdat er in Jordanië geen oorlog is, zei ze dat ik heel weinig wist van het Midden-Oosten en dat daar al jarenlang vreselijke oorlogen zijn. Ik vroeg me af of ze wel eens de moeite heeft genomen te praten met Moslimvrouwen; ik kan het me niet voorstellen. Of dat het weleens in haar is opgekomen dat een vrouw met hijab die rondloopt op de hogeschool of universiteit daar is om te studeren en niet om schoon te maken.

De hulp die we verdienen

Deze constante ontkenningen van mijn werkelijkheid en van mijn identiteit voelen voor mij aan als een vorm van dominantie en verbale agressie: ik heb duidelijk niets te zeggen over wie ik ben, wat ik meemaak en waar ik vandaan kom. Als ik me aan hulpverleners voorstel worden dingen waar je normaal aan voorbij zou gaan (bijv. het geslacht en gender van mijn partner) opgeblazen en tot thema’s gemaakt, niet omdat ik het wil, maar omdat zij het tot een probleem maken. Echte problemen die ik heb, bijvoorbeeld een aantal traumatische gewelddadige ervaringen met racisme, worden gezien als zeldzame incidenten, alledaagse microagressies worden gezien als “overgevoeligheid” van mijn kant, en als ik het heb over structureel racisme, wordt dat hardnekkig ontkend. Ik wil bovendien hulp vanwege mijn psychische problemen en het is voor mij ontzettend vervelend dat ik dit soort dingen moet horen en hierover discussies moet gaan voeren. Als je op de EHBO ligt met een gebroken been, heb je er ook geen zin in om eerst een hele discussie te hebben over je etniciteit, het geslacht van je partner en je geaardheid voordat je eindelijk eens geholpen kan worden.

Als je op de EHBO ligt met een gebroken been, heb je ook geen zin om eerst een discussie te hebben over je etniciteit, het geslacht van je partner en je geaardheid, voor je geholpen kan worden.

Ik maak dit niet alleen in therapie mee, maar ook in het dagelijks leven. Het is ook geen probleem van alleen deze individuen, maar een algemene blindheid die veel mensen hebben over dit soort minderheidsissues, een blindheid waarmee we worden opgevoed in Nederland. Er zijn afwijkende narratieven die men wel wil erkennen: de witte cisman die homo is, witte mensen die homofoob zijn vanwege hun geloof, het Turkse kind van gastarbeiders, de Antilliaanse schoonmaakster. Voor andere narratieven, zoals minder bekende geaardheden uit de LHBTQIAP+-waaier, witte mensen die homofoob zijn en géén geloof aan hangen, een Turks kind van academici, een Zuid-Caribische rechtenstudent, is geen ruimte in Nederland. Racisme is volgens de meeste witte mensen altijd hoogst incidenteel: ze willen alleen de extreme, expliciete vormen erkennen en dan ook nog alleen van mensen die ze zelf buiten hun ingroup plaatsen (denk aan de neonazi die onder de tattoo’s zit). Alledaags racisme is voor de meeste witte mensen onzichtbaar.

Het zou fijn zijn als mensen (inclusief therapeuten) meer open zouden staan voor ervaringen, verhalen en identiteiten die ze zelf niet kennen. Het zou schelen als mensen zichzelf en hun eigen kennis en ervaringen minder centraal zouden stellen. Daar zou ik denk ik beter geholpen mee zijn. Maar voor nu los ik het op door mezelf te onderwijzen, veel te lezen over de issues die mij aangaan – zowel in boeken als online op social media – en te praten met mensen met wie ik stukjes van mijn identiteit deel.

Dit is een anoniem stuk, naam is bekend bij de redactie.