Autootjes en stroboscopen: ik ben queer autistisch

Community

Gastredacteur
25 July 2017, 13:26

Gender begrijp ik niet. Of beter gezegd: ik begrijp niet hoe zoveel mensen, van kinds af aan, aannemen dat een piemel betekent dat je een jongetje bent, of een vagina dat je een meisje bent. En ik begrijp niet hoe daar, als vanzelfsprekend, conclusies aan worden verbonden. Of je met auto’s speelt of met poppen. Op wie je verliefd wordt (op iemand met een ander geslachtsdeel). Welke kleur kleding je draagt. Komt er ergens in de balzak een hormoon vrij dat ervoor zorgt dat de eigenaar een hekel krijgt aan de kleur roze?

Identiteit snap ik wel. Identiteit staat los van geslachtsdelen en socialisatie. Je kan zo hard als je wil tegen een meisje roepen dat ze een jongetje is en zich “daarnaar moet gedragen”, maar daar verandert haar gender niet van. Mijn beste vriendin heeft een piemel. Haar omgeving heeft jaren gedacht dat ze een man was. Ik trouwens ook. Ik vond haar wel een heel bijzondere man: ze was mijn niet-alle-mannen-man. Niet alle mannen zijn bang voor tranen. Niet alle mannen zien de vrouw als prooi en de man als jager. Niet alle mannen gebruiken een druk metrobankje als oefenruimte voor een soort zittende spagaat. “Hoe laat toxic masculinity jou zo koud?” vroeg ik aan haar. “In een maatschappij waarin we continu te horen krijgen dat mannen beter, verstandiger, sterker zijn dan vrouwen, hoe krijg jij het voor elkaar je niet superieur te voelen?” Toen vertelde ze me dat ze een vrouw was. Socialisatie valt in het niet vergeleken bij identiteit. Toch is socialisatie overal. En als je niet meedoet wordt de maatschappij ongemakkelijk of boos. Als je ouders je een autootje aanbieden en jij een pop pakt, gooien ze, bij wijze van spreken, de rest van de autootjes naar je hoofd.

Van mij uit gezien zijn de niet-autisten de weirdo’s”

Ik krijg wel vaker autootjes naar mijn hoofd. Niet alleen omdat ik queer ben, maar ook omdat ik autistisch ben. Die combinatie is niet uitzonderlijk. Wij autisten zijn vaker trans en/of genderqueer en/of non-binair (dit is trouwens best een lastige intersectie – trans* autisten worden geconfronteerd met discriminatie en stigma in het kwadraat). We zijn ook vaker aseksueel of bi, en ook op die intersectie ervaren we een soort gekwadrateerd stigma, helaas ook – juist! – vanuit experts.

Stigma’s vanuit de psychologie

Toen officieel werd vastgesteld dat ik autistisch was, raadde mijn therapeut me aan wat artikelen te lezen van Annelies Spek, een klinisch psycholoog met een focus op autisme bij meisjes en vrouwen. Ik las met interesse. Neurodiversiteit wordt meestal alleen herkend bij jongens, omdat a) de medische wetenschap veel te veel gebaseerd is op mannen en omdat b) het voor meisjes (en voor genderqueer mensen, vermoedelijk, hoewel Spek hen niet noemt), veel meer dan voor jongens, heftige consequenties heeft als ze zich niet “normaal” gedragen. Tot zover was ik enthousiast. Toen belandde ik bij het kopje “seksualiteit” (x, pagina 4). Onder dit kopje verklaart Spek het verhoogde percentage aseksualiteit met “het feit dat een deel van de vrouwen met ASS [autisme spectrum stoornis] geen intieme relatie aangaat door hun beperkingen op sociaal-emotioneel gebied.”

“Als we het over seks hebben die weinig voorstellingsvermogen eist, denk ik toch echt aan alle cisgender heterokoppels.”

Pardon? Sociaal-emotioneel gebied is niet onbewandelbaar voor mij; ik bewandel het alleen op een andere manier dan de meeste mensen. Van mij uit gezien, zijn de niet-autisten de weirdo’s – jullie hebben per slot van rekening bedacht dat doen alsof je iemand niet ziet staan (“hard-to-get” spelen) de beste manier is om in iemands broekje te komen. Bovendien is aseksualiteit gewoon een seksuele categorie, die niets zegt over je sociaal-emotionele vaardigheden. Ook voor biseksualiteit heeft Spek een verklaring: autistische vrouwen hebben een “gebrekkig voorstellingsvermogen. (…) Het vergt namelijk minder voorstellingsvermogen om te bedenken hoe een vrouwenlichaam ‘werkt’, omdat je daarbij jezelf als uitgangspunt kunt nemen.” Ik herhaal: pardon? Als we het over seks hebben die weinig voorstellingsvermogen vereist, denk ik toch echt aan alle cisgender heterokoppels, die, na het achtuurjournaal, bovenop elkaar gaan liggen, de penis in de vagina stoppen, hem er weer uit halen, hem er weer in stoppen, en dat net zolang herhalen tot ze tegen elkaar kunnen verzuchten: “Dat was lekker, hè, schat?”

Verklaringen uit ervaringen

Ik ben geen klinisch psycholoog, maar ik heb een andere hypothese om de grote overlap tussen de autistische en de queer community mee te verklaren. Autisme komt in vele vormen, maar redelijk constant lijkt te zijn dat we weinig normaliseren en veel analyseren. Vaak “wennen” we niet zo aan dingen. Dit betekent dat we snel overprikkeld raken: fel licht kan voelen alsof we onder een stroboscoop staan, de douche als een tuinslang die telkens aan en uit wordt gezet. Het betekent ook dat we socialisatieprocessen niet zo snel internaliseren. Mensen die niet autistisch zijn, zullen eerder aannemen dat het “nou eenmaal zo is” dat jongetjes ballen en een Playmobil-garage hebben, en meisjes een baarmoeder en een My Little Pony-kasteel. Sommige autistische mensen, zoals ik, blijven die dingen daarentegen niet “snappen”. We leren ze wel, maar we wennen niet echt. Dit kan ertoe leiden dat we ook geen boodschap hebben aan cis- en heteronormativiteit, of aan gender überhaupt, waardoor we onszelf eerder zullen zien als non-binair, of als panseksueel, of als ronduit queer.

Autisten zijn afwijkend. We krijgen autootjes naar ons hoofd. Niet-autisten zien onze sociale vaardigheden als gebrekkig, wij zijn het daar niet mee eens. Afwijken is waardevol, of het nou gaat om je neurotype, je geaardheid of je genderidentiteit. Non-compliance is a social skill.

Anna de Hooge (21) besteedt haar tijd aan transciberen, ghostwriten, redigeren en vertalen maar het allerliefste schrijft ze voor zichzelf.