Expreszo
Hét tijdschrift, dé online community, dé belangenorganisatie voor lesbo-, homo-, en bi-jongeren.
Is dit het?
(door: Anne)
Iedere week vind je hier verse columns van Expreszo's eigen columnistenteam. Antony (25), Anne (24), Kim (23), Mick (17), Raymond (20), Vera (23), Jonathan (25) en Melanie (17) vullen de kolommen met alle mogelijke onderwerpen. Ga naar álle columns! >>
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Is dit het?
De zomer is voorbij. Wolken verpakken de hemel weer. Toch speel ik stug alsof de zon altijd schijnt en ik morgen niet hoef op te staan. Op het terras in de regen, een te kort rokje aan. De dag erna weer stage. Ik denk niet aan mijn gezondheid, verder kijken dan één dag maakt me moedeloos. Maar ziek word ik niet.
Tim wel. Hij is ziek, al maanden. Geen dokter weet wat hem mankeert, ziekenhuizen zetten hem de deur weer uit. Een uitkering op zijn negentiende. De leeftijd waarop een andere vriend trouwde, een ex besloot de wereld te ontdekken, een vriendin haar eerste kind kreeg. Tien jaar geleden lag de wereld onontgonnen voor ons uit, nu zijn er diepe sporen in de aarde getrokken.
Niemand van ons herkent het patroon dat we probeerden te maken.
Ik zit in het laboratorium waar ik vroeger nooit van gedroomd heb en voer de taken uit van een stage die ik nooit heb willen hebben. In de kamer naast me zwoegt een proefpersoon op zijn testjes. Ik staar naar het EEG-scherm. De enige afleiding is mijn stagebegeleider Nico. “Moho? Wat is dat?” zegt hij terwijl hij met opgetrokken wenkbrauwen de contactadvertenties doorploegt in een oude Expreszo die ik voor hem heb meegenomen. “Ik denk Marokkaanse homo”, antwoord ik hem. Ik ben niet zo thuis in de homo-slang.
Ik zie hoe hij verder leest, al binnen enkele minuten compleet verdiept in een artikel, en schakel zelf de apparatuur over als de proefpersoon aan een nieuw onderdeel begint. Het is vier uur en mijn verlangen naar een sigaret begint te knagen. Over drie maanden ben ik afgestudeerd. Dit is mijn toekomst. Wachten op een sigarettenpauze tijdens het draaien van een onderzoek. Een heel klein deeltje van de wereld proberen te ontdekken. Ik wou dat ik ervan in vervoering kon raken, maar de gedachte eraan maakt me leeg.
Het is ongelooflijk welke richting we het leven in gedrukt zijn.
Mijn vriendin gaat bij me weg, naar huis gaan kan nu ook niet. Dus rijd ik 's avonds naar Tim toe, met metro 51. Een metro die altijd gesprekken op lijkt te leveren, hoe diep ik mijn oordopjes van de iPod ook inplug. Dit keer is het een man uit Zuid-Afrika. Twintig jaar geleden speelde hij met stoffige voetjes in het woestijnzand, nu woont hij in Amstelveen en verkoopt designlampen. We zijn bij mijn halte voordat hij de moed heeft mijn telefoonnummer te vragen.
Bij Tim eten we pizza en kijken musicals. Ik praat over mijn relatie die na 3,5 jaar toch tot een einde kwam, mijn zoektocht naar een nieuw huis, naar een baan. Hij vertelt over zijn ziekenhuizen. "Nog negen te gaan." Al snel zit zijn huiskamer vol mensen. De meesten herken ik van deze zomer. We drinken langzaam en vertellen snel. Sinds vorige maand zijn er al weer jaren voorbijgevlogen, niemand weet waar we naar toe gaan.
Ook het lot heeft een spade in handen.
Als ik aan het eind van een film een traan wegveeg, vallen vier jongens uitgelaten boven op me. Tijd voor een knuffel. Ik druk ze tegen me aan en denk niet verder dan dit moment. Nu is perfect. En we vinden wel een plant die in onze aarde groeien wil.
---
Deze column is geplaatst op 16-10-2008. In de kolom links vind je nog veel meer columns -
kijk in het columnarchief voor álle columns die op Expreszo staan. Ga naar álle
columns! >>
Iedere week vind je hier verse columns van Expreszo's eigen columnistenteam. Antony (25), Anne (24), Kim (23), Mick (17), Raymond (20), Vera (23), Jonathan (25) en Melanie (17) vullen de kolommen met alle mogelijke onderwerpen. Ga naar álle columns! >>
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Is dit het?
De zomer is voorbij. Wolken verpakken de hemel weer. Toch speel ik stug alsof de zon altijd schijnt en ik morgen niet hoef op te staan. Op het terras in de regen, een te kort rokje aan. De dag erna weer stage. Ik denk niet aan mijn gezondheid, verder kijken dan één dag maakt me moedeloos. Maar ziek word ik niet.
Tim wel. Hij is ziek, al maanden. Geen dokter weet wat hem mankeert, ziekenhuizen zetten hem de deur weer uit. Een uitkering op zijn negentiende. De leeftijd waarop een andere vriend trouwde, een ex besloot de wereld te ontdekken, een vriendin haar eerste kind kreeg. Tien jaar geleden lag de wereld onontgonnen voor ons uit, nu zijn er diepe sporen in de aarde getrokken.
Niemand van ons herkent het patroon dat we probeerden te maken.
Ik zit in het laboratorium waar ik vroeger nooit van gedroomd heb en voer de taken uit van een stage die ik nooit heb willen hebben. In de kamer naast me zwoegt een proefpersoon op zijn testjes. Ik staar naar het EEG-scherm. De enige afleiding is mijn stagebegeleider Nico. “Moho? Wat is dat?” zegt hij terwijl hij met opgetrokken wenkbrauwen de contactadvertenties doorploegt in een oude Expreszo die ik voor hem heb meegenomen. “Ik denk Marokkaanse homo”, antwoord ik hem. Ik ben niet zo thuis in de homo-slang.
Ik zie hoe hij verder leest, al binnen enkele minuten compleet verdiept in een artikel, en schakel zelf de apparatuur over als de proefpersoon aan een nieuw onderdeel begint. Het is vier uur en mijn verlangen naar een sigaret begint te knagen. Over drie maanden ben ik afgestudeerd. Dit is mijn toekomst. Wachten op een sigarettenpauze tijdens het draaien van een onderzoek. Een heel klein deeltje van de wereld proberen te ontdekken. Ik wou dat ik ervan in vervoering kon raken, maar de gedachte eraan maakt me leeg.
Het is ongelooflijk welke richting we het leven in gedrukt zijn.
Mijn vriendin gaat bij me weg, naar huis gaan kan nu ook niet. Dus rijd ik 's avonds naar Tim toe, met metro 51. Een metro die altijd gesprekken op lijkt te leveren, hoe diep ik mijn oordopjes van de iPod ook inplug. Dit keer is het een man uit Zuid-Afrika. Twintig jaar geleden speelde hij met stoffige voetjes in het woestijnzand, nu woont hij in Amstelveen en verkoopt designlampen. We zijn bij mijn halte voordat hij de moed heeft mijn telefoonnummer te vragen.
Bij Tim eten we pizza en kijken musicals. Ik praat over mijn relatie die na 3,5 jaar toch tot een einde kwam, mijn zoektocht naar een nieuw huis, naar een baan. Hij vertelt over zijn ziekenhuizen. "Nog negen te gaan." Al snel zit zijn huiskamer vol mensen. De meesten herken ik van deze zomer. We drinken langzaam en vertellen snel. Sinds vorige maand zijn er al weer jaren voorbijgevlogen, niemand weet waar we naar toe gaan.
Ook het lot heeft een spade in handen.
Als ik aan het eind van een film een traan wegveeg, vallen vier jongens uitgelaten boven op me. Tijd voor een knuffel. Ik druk ze tegen me aan en denk niet verder dan dit moment. Nu is perfect. En we vinden wel een plant die in onze aarde groeien wil.
---
Deze column is geplaatst op 16-10-2008. In de kolom links vind je nog veel meer columns -
kijk in het columnarchief voor álle columns die op Expreszo staan. Ga naar álle
columns! >>