Fleur: Afdronk

Column

Fleur van Harmelen
13 June 2016, 09:46

Een tijd terug had ik het idee om te stoppen met drinken. Voor een maandje. “Gewoon om te kijken wat er gebeurt, voor mijn portemonnee vooral, haha!” Toen de maand voorbij was, betrapte ik mezelf op de fout die ik al jaren maakte: alle biertjes die ik toch dronk, heb ik gedronken omdat ik niet ‘ongezellig wilde doen’. Drank is een enorm onderdeel van mijn sociaal bestaan. Door de vanzelfsprekendheid daarvan heb ik er nooit aan getwijfeld of ik alcohol wel zo geweldig vond. Daarom voor jullie: een bloemlezing van mijn band met het bier.

Ik ben elf jaar en het is zomervakantie. Het is te warm om te gaan slapen, dus mijn ouders nemen me mee naar het terras van hun stamkroeg. Ik luister naar de verhalen en ben toeschouwer van een wereld die ik nog niet ken. Ik geniet met volle teugen.
Ik ben vijftien en ik drink mijn eerste wodka. Het is niet vies. Het is ook niet echt lekker, maar dat zeg ik niet. “Bier moet je leren drinken!” leer ik op mijn zestiende. Ik laat me vaak genoeg overhalen tot het inderdaad lekker is.
Ik ben zeventien en mijn vrienden willen niet mee uit. Het is zaterdagavond en ik was al onderweg. Naar huis wil ik niet. Ik denk aan de kroeg waar ik met mijn ouders kwam en vraag me af of ik daar nog mensen zou kennen, of zij mij. Ik loop er naar binnen en word met open armen ontvangen. Het is de avond van mijn nog korte leven en ik besluit dat dit mijn tweede thuis is.

Ik ben achttien en heb mijn eerste kater. Kermend lig ik op de bank. Ik zeg tegen mijn moeder dat ik me zelfs niet zo ziek voel als ik ziek ben. Ik ben niet naar school gegaan. Ik ben wakker geworden in de woonkamer, terwijl ik zeker weet dat ik naar bed ben gegaan. Ik vertel dit op feestjes en dan lachen mijn vrienden. Goed verhaal. Ik neem mij voor het niet meer zo ver te laten komen, maar dit is niet de laatste keer.

Ik ben negentien en kom minstens drie keer per week in mijn stamkroeg. Ik blijf altijd tot sluit. Ik dacht alle stamgasten te kennen, maar toen ik een uitnodiging kreeg voor een besloten kroegfeestje bleek ik er zelf een te zijn. Ik ga stinkend naar rook en schraal bier naar school.
Ik ben eenentwintig en ik woon op mijzelf. Mijn collega’s vinden het raar dat ik ook drink als ik alleen thuis ben. Ik vraag me hardop af of dat zorgwekkender is dan alleen maar drinken wanneer je vrienden erbij zijn. Ik voel me groter dan hen. Ik sta boven die groepsdruk, want ik drink altijd. Ik besef nog niet dat die groepsdruk onder de kier van mijn voordeur mijn huis en mijn hart is ingeslopen. Het is een deel van mij. Ik trek nog een blik atlas open en neem hem mee naar bed.

Ik ben tweeëntwintig en mijn vriendin stelt voor om minder te drinken. “Gewoon maar drie avonden per week.” Ik ga akkoord, maar het is me niet gelukt. Het weekend heeft al twee dagen en doordeweeks heb ik toneel. Dan ga ik echt niet niet drinken. Ik wil genieten! Ik wil wijn bij de risotto. Ik wil bier bij mijn vrienden. Ik wil jenever bij mijn bier. Ik wil een emmer naast mijn bed voor het geval dat.
Ik ben drieëntwintig en ik heb een verschrikkelijke dag. Ik voel me ellendig. Ik wil niet alleen zijn, dus ga vanuit mijn werk direct de kroeg in. Ik bestel een kopstootje. Waar ik me de hele dag ongelukkig heb gevoeld, bleek mijn glimlach op de bodem van mijn borrelglaasje te liggen. Ik app mijn vrienden om te vragen of ze langskomen. Ze kunnen niet. Ze moeten morgen werken. Ik ook. Maar ik blijf zitten.

Ik ben drieëntwintig en moet bijna honderd euro afrekenen. Voor dat geld heb ik enkel een kater en knallende ruzie met mijn vriendin gehad om redenen die we allebei niet meer weten. Het eerste biertje dat ik hierna drink, smaakt afschuwelijk bitter en laat een smaak achter in mijn mond die ik nog niet kende.

Ik ben drieëntwintig en ik heb geen dorst meer. In de kroeg waar ik nu al twaalf jaar kom, bestel ik een cola light en ik word aangekeken als een vreemde. Ik zeg dat het me niet meer smaakt. Een man aan de overkant van de bar lacht smakelijk: “Mij ook nooit, maar na de derde is er niks lekkerder!” Ik besef me voor het eerst hoe idioot dat klinkt. Terwijl ik precies hetzelfde deed. Ik ben misselijk en heb geen slok op.

Ik ben drieëntwintig en ik ben gestopt met drinken.

Maak jij je zorgen om je alcoholgebruik? Doe de test van Jellinek.

Profile photo of Fleur van Harmelen

Door Fleur van Harmelen

Fleur heeft een huis, een baan én een plant. Daardoor lijkt Fleur heel volwassen maar dat valt in de praktijk tegen. Kijkt veel films en drinkt meer koffie.

Meer van Fleur »