‘Je mag er trots op zijn dat je jezelf wil onderscheiden’

Vier jonge homo’s over hun kledingsstijl

© Expreszo/Melanie Samat

Achtergrond

Manon de Roon
10 August 2015

“Homoseksuele mannen moeten zich niet te gay kleden,” zei de Italiaanse ontwerper Giorgio Armani drie maanden geleden tegen een Britse krant. Expreszo sprak vier homoseksuele mannen die dat advies stijlvol in de wind slaan. Zelfs als dat betekent dat ze op straat af en toe worden uitgescholden voor ‘flikker’.

Michael_Melanie Samat_MG_6453

Michael (18) draagt de ene dag plateauzolen van tien centimeter en de volgende dag een pantalon met nette schoenen. © Expreszo/Melanie Samat

Michael

“Op de middelbare school kreeg ik regelmatig opmerkingen als ‘homo’ of ‘nicht’ naar mijn hoofd geslingerd. Ze zeggen dat woorden geen pijn doen, maar als je dat soort opmerkingen elke dag moet horen, dan is dat niet bepaald fijn. Ik schaamde me bovendien voor mijn lichaam. Ik was een paar kilo zwaarder en droeg altijd wijdere kleding zodat niemand een vetrolletje kon zien.

Na mijn coming out ben ik in drie weken tijd twintig kilo afgevallen. Er viel letterlijk een last van mijn schouders: eindelijk kon ik zijn wie ik echt wilde zijn. Sinds mijn gewichtsverlies koop ik ook kleding op de vrouwenafdeling, omdat broeken van de herenafdeling bijna altijd te groot zijn. Als ik over de vrouwenafdeling loop, krijg ik soms wel vreemde blikken maar dat valt mij eigenlijk niet eens meer op. Mijn meest extravagante aankoop zijn plateauzolen van tien centimeter. Als ik op die hakken over straat loop, dan draait iedereen zich om.

Ik heb mijn gezicht een tijdje volgesmeerd met make-up, maar ik ben daarmee gestopt omdat ik een relatie kreeg en de kussenslopen altijd oranje waren. Toen dacht ik: nu is het klaar. Ik had bovendien geen zin meer om elke ochtend een uur eerder op te staan om mezelf op te maken. Ik ben nu eindelijk trots op mijn lichaam en ik zit voor het eerst echt lekker in mijn vel. Op mijn vijftiende moest en zou ik mainstream zijn, maar ik voelde me veel minder op mijn gemak dan nu. Ik voel me eindelijk fijn in wat ik draag en het maakt me niet uit wat andere mensen daarvan vinden.”


Koen (24) heeft er een hekel aan als iemand anders dezelfde outfit heeft. Hij koopt zijn kleding het liefst in kringloopwinkels.

Koen (24) heeft er een hekel aan als iemand anders dezelfde outfit heeft. Hij koopt zijn kleding het liefst in kringloopwinkels. © Expreszo/Melanie Samat

Koen

“Ik heb een jaar of drie geen opmerkingen meer naar mijn hoofd gekregen, maar drie weken geleden werd ik opeens weer uitgescholden voor ‘flikker’. Vaak reageer ik niet, maar deze keer heb ik gezegd dat ‘hij zijn bek moest houden’. Toen ik een tijdje later de Albert Heijn uitliep, stond hij me op te wachten. Ik sta meestal mijn mannetje wel, maar na dat incident wilde ik het liefst naar huis gaan om iets anders aan te trekken, terwijl ik eigenlijk niets extreems droeg.

Op straat word ik veel nagekeken, maar dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Als ik naar mijn moeder in Tolbert (dorp in de provincie Groningen, red.) ga, dan zorg ik er wel voor dat ik niet heel extravagant de deur uit stap. In mijn jeugd ben ik daar best veel gepest en een tijdje geleden ben ik in het dorp door drie jongens achtervolgd. Dat heeft wel indruk gemaakt. Ik sta heus niet een half uur voor de kast te twijfelen, maar een doorschijnende top laat ik liever hangen.

Of ik nog tips heb voor jongens die zich ook bijzonder kleden? Als ik negatieve reacties op mijn kleding krijg, dan probeer ik altijd te bedenken waar die negativiteit vandaan komt. Waarschijnlijk is die ander gewoon onzeker of onwetend. Stomme opmerkingen mogen geen invloed hebben op hoe jij je kleedt, want als je gaat handelen uit angst dan kan je net zo goed in bed blijven liggen. Dat jij je wilt onderscheiden is iets moois, daar moet je trots op zijn.”


Volgens Ricardo (24) is Giorgio Armani een buitengewoon slecht rolmodel.

Volgens Ricardo (24) is Giorgio Armani een buitengewoon slecht rolmodel. © Expreszo/Melanie Samat

Ricardo

“Ik ben altijd eigenwijs geweest. Toen ik een jaar of vijf was trok ik voor het eerst een jurkje aan en sinds ik mijn eigen kleding mag kopen, heb ik altijd voor kledingstukken gekozen die net iets anders zijn. Toch bloeide ik na de middelbare school pas echt op: ik durfde – nadat ik een periode gepest was – eindelijk mezelf te zijn en was niet meer constant bezig om erbij te horen. Achteraf denk ik: dit had ik tien jaar eerder moeten doen.

Sinds ik af en toe op het podium sta als dragqueen, durf ik in het dagelijks leven ook veel meer. Een voorbeeld? Het bananenpakje (een shirt en broek bedekt met bananen, red.) dat ik een tijdje geleden heb gekocht. Als je mij het anderhalf jaar geleden zou hebben gevraagd, dan had ik gezegd dat ik zo’n pakje nooit zou kopen, terwijl ik het stiekem gewoon hartstikke leuk vind. Ik doe sowieso niet meer mijn best om mijn geaardheid te verbergen: nadat ik een linnentasje kocht met de tekst ‘i love girls’ heb ik daar met een zwarte stift ‘i love boys’ van gemaakt.

Natuurlijk zijn er ook dingen die ik over de top vind. Ik heb een keer een jongen in een crop top (naveltrui, red.) zien lopen. Dat hoeft voor mij dus niet, maar als iemand zich daar prettig bij voelt, dan moet hij dat vooral aantrekken. Je kan wel wachten tot je dertig bent, maar dan mis je het leukste deel van je leven.”


Sharif (24) begrijpt niet dat mannen met een vrouwelijke kledingstijl nog steeds commentaar krijgen, terwijl vrouwen in een spijkerbroek en sneakers zonder problemen over straat kunnen lopen.

Sharif (24) begrijpt niet dat mannen met een vrouwelijke kledingstijl nog steeds commentaar krijgen, terwijl vrouwen in een spijkerbroek en sneakers zonder problemen over straat kunnen lopen. © Expreszo/Melanie Samat

Sharif

“Op mijn zestiende wilde ik mezelf voor het eerst onderscheiden van de massa. Vanaf dat moment begon ik me te verdiepen in mode. En voor je het weet trek je ‘s ochtends je kledingkast open en ontdek je dat er niets meer over is van de garderobe die je acht jaar geleden hebt aangeschaft. Ik heb niet één spijkerbroek in mijn kast hangen: ik zoek liever naar kleding die op het randje ligt van mannelijk en vrouwelijk. De afgelopen jaren ben ik ook steeds meer make-up gaan gebruiken: ik begon met foundation, daarna kwam er contourpoeder bij en inmiddels gebruik ik iedere dag een stuk of zeven producten.

Ik vind dat een man niet per se een man hoeft te zijn: gender is maar een label. Ik ben veel tijd kwijt aan mijn uiterlijk, maar op een andere manier dan de meeste mannen. Ik heb niet de wens om gespierd te worden: ik wil juist slank blijven en ik zou gerust een korset aantrekken als dat nodig is voor m’n outfit.

Negen van de tien keer loop ik met harde muziek in mijn oren, dus vaak hoor ik de opmerkingen die mensen maken niet eens. Toch kan ik soms aan de gezichten van voorbijgangers zien dat mijn kleding onderwerp van gesprek is. De reacties zijn erg gemengd. Als ik in Rotterdam Zuid moet zijn, dan laat ik mijn leren rok liever in de kast hangen. In Amsterdam zijn de reacties vaak een stuk positiever: een moeder kwam daar een keer naar me toe om een foto voor haar zoon te maken, zodat hij kon zien dat het oké is om jezelf te zijn. Dat is toch mooi!”

Profile photo of Manon de Roon

Door Manon de Roon

Meer van Manon »
  • Melanie SamatFotografie