Queer voor allen, allen voor queer

© Expreszo/Jasper van Heemskerk

Opinie

Marieke
15 October 2014, 15:00

Zo af en toe duikt het woordje queer op als de toevoeging Q na de bekendere letters LHBT. Wat is daar eigenlijk de betekenis van? Wat betekent het om queer te zijn en waarom zou het in feite geen toevoeging op LHBT moeten zijn, maar een vervanging van deze termen?

Hokjes zijn handig, maar hokjes zijn ook beperkend. Vandaag ben ik een meisje, morgen een jongen en overmorgen iets heel anders! Als alles queer is, wat is dan niet queer? Je kunt de deur van een hokje loswrikken door te roepen dat je queer bent

Er bestaat een mop die als volgt begint: als je geboren wordt, heb je twee kansen: of je bent een jongen, of je bent een meisje. De flauwheid van de clou doet er hier niet toe, maar die twee kansen – slechts twee mogelijkheden – zijn van belang. Even wat vragen: ben je een jongen of een meisje? Ben je hetero of homo? Ben je jong of oud? Ben je mooi of lelijk? Ben je geïrriteerd door de beperkte mogelijkheden die deze paren je geven, of reken je jezelf zonder moeite tot een van de twee genoemde categorieën?

Hokjesdenken, labeltjes plakken, categoriseren: bijna automatisch deelt de mens de wereld op in wat normaal is en wat afwijkt. Het geeft ons een heerlijk overzichtelijk beeld waarin goed en slecht bestaan en mensen of het een, of het ander zijn. Hokjes zijn handig, maar hokjes zijn ook beperkend. De muurtjes die het hokje omgeven, bepalen waar je wel en niet heen kunt: ‘Waarom zoen je met een meisje? Je bent toch homo?’

Hokjesgeest de kop ingedrukt
De hokjes man-vrouw en hetero-homo hebben een alternatief – een anti-hokjeswoord – met het woord  queer. Het is door de wetenschap uit het Engels geadopteerd als woord zonder betekenis (want dat kan in de wetenschap), maar wel met een functie: hokjes opbreken. De meeste talen kennen geen woorden voor mensen die noch man, noch vrouw (willen) zijn, of zich niet thuis voelen in een hetero- of homo-identiteit.

Queer kan dat gat opvullen. Het is alles tussen de twee categorieën in en alles wat niet eens op die manier gedefinieerd kan worden. Queer heeft geen tegenhanger, uiteindelijk is iedereen queer. Het geeft aan dat je prima een meisje kunt zijn, of homo, of iets dat geen naam heeft, maar dat aan dat labeltje geen specifiek gedrag verbonden is.

Laten we even teruggaan naar je geboorte. Misschien zelfs al weken voordat je ogen moesten wennen aan plotseling licht, wisten je ouders welk geslacht je zou hebben. Ze kochten enthousiast potten blauwe of roze verf en schreven geboortekaartjes met ‘Hoera, een jongen!’ of ‘Welkom, kleine meid!’. De visite die langskwam, kneep je te hard in je bolle wangetjes en riep uit ‘Wat een stoere vent!’ of ‘Wat een lief meisje!’. Zo werd je al lang voordat je zelf kon praten in de vorm gegoten die past bij het wel of niet hebben van een piemeltje. De vorm die nog steeds veel van je gedrag bepaalt: mannelijk of vrouwelijk gedrag.

Waarschijnlijk werd er niet alleen van je verwacht dat je een meisje bent als je ook een meisjeslichaam hebt en een jongen als je dat soort lichaam bezit, maar ook dat je andere mensen op die manier indeelt en verliefd wordt op mensen die het andere lichaam hebben en het andere geslacht ‘zijn’. Het kan zijn dat je dat niet deed en verliefd werd op iemand van hetzelfde geslacht. Dan ben je dus homo. Of is het niet zo simpel?

‘Ik ben dan wel een jongen, maar ik ga graag shoppen.’ ‘Ben je gay? Dat zie je anders niet!’ Waarom hoort shoppen niet bij jongens en horen er uiterlijke kenmerken en gedrag bij verliefd worden op een mens die toevallig hetzelfde geslacht heeft? Waarom is roze voor meisjes en blauw voor jongens? Waarom zijn homo’s vrouwelijk en lesbo’s mannelijk? Waarom bepalen stereotiepen of je ergens wel, half, of niet bij hoort? Waarom kun je niet soms ergens wel bij horen en soms niet? Vandaag ben ik een meisje, morgen een jongen en overmorgen iets heel anders! Ik ben gewoon queer!

To queer or not to queer
Als we die hokjes echt openbreken en meisjesgedrag, jongensgedrag, hetero- en homogedrag door elkaar gaan roeren en het allemaal queer gaan noemen, is er voor iedereen veel meer mogelijk. Een utopie waarin jezelf zijn een heel andere dimensie krijgt dan dat het nu heeft. Alles wordt mogelijk en het lichaam dat je hebt bepaalt niks. Wil je make-up dragen of op rokjesdag je kuiten showen? Overal haar laten staan of in je blote bastje rondlopen? Wil je zoenen met wat er maar op je pad komt en verliefd worden op alles dat leuk naar je lacht? Ga je gang, het lichaam dat je hebt, bepaalt niet of die zaken wel of niet voor je zijn weggelegd in een wereld waarin iedereen queer is. Er zijn dan geen jongensachtige meisjes of vrouwelijke mannen, butch-lesbiennes of nichterige homo’s, die categorieën geven namelijk aan wat de norm is en wat de afwijking. Je bent geen meisje dat zich als een jongen gedraagt, ofwel je wijkt niet af van wat je bent of hoort te zijn; deze typeringen zijn niet meer aan de orde. Iedereen is queer, een meisje ‘zijn’ bestaat niet meer.

Queer, queerer, queerst als bijvoeglijk naamwoord met trappen van grootte kan dus niet. Er zijn geen gradaties in queerheid. Voor gradaties heb je namelijk categorieën met uitersten nodig waar je tussenin kunt gaan hangen. En juist die categorieën daagt queer uit. De vraag is alleen of queer wel kan bestaan. Is het wel mogelijk om zonder categorieën als jongen/meisje, hetero/homo te leven?

Het kuddedier mens heeft de categorieën misschien wel veel te veel nodig om zonder ze te kunnen bestaan. Onze identiteit is volledig bepaald door wel en niet: dit ben ik wel, dat ben ik niet, zus wel, zo niet. Misschien is het ergens nog mogelijk om iets ‘een beetje’ te zijn, maar daar houdt het ook wel mee op. Kun je een identiteit hebben zonder tot bepaalde groepen te behoren die automatisch niet andere groepen zijn?

De gepaarde categorieën van jongen/meisje en hetero/homo hebben elkaar nodig om betekenis te houden. Als je een jongen bent, betekent het automatisch dat je geen meisje bent, erg verrassend is dat niet. ‘Afwijkingen’ krijgen weer aparte hokjes, zoals transgenders die male-to-female of female-to-male kunnen zijn, of biseksuelen, aseksuelen of andersseksuelen. Al die extra hokjes die ook weer aangeven welk soort gedrag waarbij past en welk soort gedrag dus niet.

Snappen wie je bent, wat je doet en waarom je iets doet maakt deel uit van onze identiteit en om die identiteit vorm te geven zijn de hokjes nu eenmaal erg handig. Je bent iets en daar kun je je aan vasthouden en jezelf mee uitleggen. Waarom zoen je met een meisje? Omdat ik lesbisch ben. Oké, dat is duidelijk. Een wereld die queer is haalt zoveel hokjes overhoop dat het puin ervan je geen houvast meer kan geven. Als je alles kunt zijn zonder beperkingen of een standaard vanuit waar je kunt beginnen (met de vraag ‘Ben ik wel of niet de standaard?’), is het goed mogelijk dat verwarring het enige is dat overblijft. Als alles queer is, wat is dan niet queer? Dan eindigt de term inderdaad betekenisloos, maar waarschijnlijk ook functieloos.

Kom uit je hok!
Het uiterste van een volledig ‘queere’ wereld zoals hierboven overdreven beschreven is, bestaat nu uiteraard (nog) niet, heerlijk hokjesdenken is voor de meesten (nog) onze dagelijkse kost.

Tussen niemand queer en iedereen queer (twee hokjes?) zit natuurlijk heel veel grijs gebied. Misschien is dat wel de oplossing voor iets dat we open-hokjesdenken kunnen noemen. Er zijn hokjes, maar de deur ervan staat open; je hoeft er niet in te blijven zitten als je daar geen zin in hebt. Rigide kaders breken open voor de vrijheid om te zijn wie je wilt zijn zonder de worsteling die voortkomt uit het idee dat het niet past bij je opgeplakte labeltje. Of je dat labeltje nu hebt gekregen of jezelf hebt opgeplakt.

De volgende keer dat je even geen zin hebt om jezelf te definiëren volgens vaststaande categorieën, of om je te gedragen zoals van je verwacht wordt, kun je dus de deur van een hokje loswrikken door te roepen dat je queer bent. Dat iedereen queer is. Want eerlijk is eerlijk, als je zin hebt om je op een bepaalde manier te gedragen, waarom zou het dan een goede reden zijn om dat niet te doen, omdat het niet bij jouw hokje zou passen?

Profile photo of Marieke

Door Marieke

Kijkt graag hoe stabiel hokjes staan door er kleine duwtjes tegenaan te geven. Misschien vallen ze een keer om.

Meer van Marieke »