Asha ten Broeke, journalist en labelspecialist

© Expreszo/Wouter van Dijke

Interview

Wouter van Dijke
16 October 2014, 14:19

Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist bij de Volkskrant. Ze is gespecialiseerd in seks, homoseksualiteit en geslachtsverschillen en strijdt onophoudelijk tegen seksisme en homofobie. Asha heeft ook twee boeken geschreven: ‘Het idee m/v’ en‘Eet mij’. Ze werkt momenteel aan haar derde boek: ‘Iedereen is bi.’ Een betere label-expert is nauwelijks voor te stellen, dus Expreszo voelde haar aan de tand!

“Mijn interesse in het verschil tussen mannen en vrouwen ontstond toen ik psychologie studeerde. We kregen te horen over een bekend experiment: een aantal proefpersonen kreeg babygehuil te horen van een kindje dat Dana of David heette. Bij het gehuil van David gaven de ze aan dat de baby boos was, terwijl Dana verdrietig of bang klonk. Maar alle proefpersonen kregen precies dezelfde opname te horen. Het enige verschil zat dus in de proefpersonen, die door het geslacht van de baby al onbewust allerlei aannames doen. In dezelfde maand las ik een boek van Natalie Angier. Zij schrijft over alle aspecten van het vrouw-zijn, zonder er doekjes omheen te winden. Ik was helemaal weg van dat boek, tot het punt dat vrienden niet meer bij me kwamen eten, omdat ze wisten dat ze dan weer een hoofdstuk voorgelezen zouden krijgen.”

Het is arrogant en suf om te denken dat onze manier de enige juiste is

“Ik ben heel blij met de twee feministische golven die we al gehad hebben, maar er is een heleboel nog niet geregeld. Er heersen nog allerlei rare ideeën over wat ‘natuurlijk’ is. Zo is het voor ons normaal dat vrouwen heel zorgzaam zijn en mannen veel minder, maar in andere culturen zit daar veel minder of zelfs helemaal geen verschil tussen. Onze manier is heus niet de enige goede. Het is eigenlijk nogal arrogant en suf om te denken dat dat wel zo is. Ook in de wetenschap is er nog heel veel werk te verzetten.De meeste wetenschappers zijn man en bij onderzoek naar seksualiteit bij dieren wordt ook vooral naar mannetjes gekeken. Pas toen er een vrouwelijke bioloog zich met seksualiteit van apen bezig ging houden, kwamen we erachter dat de vrouwtjes ook een heel hoog libido en een heel actief seksleven hebben.”

Seksuele cultuur
In een onderzoek van de Amerikaanse onderzoeker Terri Fisher werd aan mannelijke en vrouwelijke studenten gevraagd met hoeveel partners ze seks hadden gehad. Hierbij scoorden de vrouwen een stuk lager dan de mannen. Maar toen de studenten aan een niet-werkende leugendetector werden gekoppeld, waren de verschillen ineens veel kleiner en scoorden de meisjes zelfs iets hoger dan de jongens.

Asha: “De studenten in dat onderzoek gaven een antwoord op basis van wat er van hen verwacht werd, ook al was het onderzoek anoniem. Dat is het gevolg van een heel rare seksuele cultuur. Een jongen die met veel meisjes naar bed gaat is stoer, terwijl het tegenovergestelde wordt afgekeurd. Er wordt beweerd dat dit een biologische oorsprong heeft. Voor een man kost het heel weinig inspanning om zaad te produceren en veel vrouwtjes te produceren, terwijl een vrouw, als ze eenmaal zwanger is, voor jaren vastzit aan haar kind. Daar zit een conflict of interest en daar komt ook het cliché vandaan dat een man met zaad strooit alsof het pepernoten zijn terwijl een vrouw altijd hoofdpijn heeft. Maar het onderzoek van Fisher laat zien dat er eigenlijk helemaal geen verschil is tussen de jongens en meisjes.”

“Tot enkele tientallen jaren geleden was er in de wetenschap nauwelijks aandacht voor vrouwelijke seksualiteit. Seks was puur gericht op het genot en het orgasme van de man, terwijl het vrouwelijk orgasme helemaal niet belangrijk was. Nog steeds merk je overal sporen van rape culture. Zelfs mannen hebben hier last van. Een vriend van mij klaagde laatst dat het zo vervelend is dat er als man van je verwacht wordt dat je 24/7 klaarstaat om seks te hebben, terwijl hij soms ook alleen maar wil knuffelen.”

Alledaags seksisme
Regelmatig komen er voorbeelden voorbij van alledaags seksisme, zoals een speelgoedstofzuiger waarmee een meisje ‘net als mama’ kan zijn of een spelletje waarin jongens met draken vechten en meisjes met prinsessen kletsen. Maar waar komt dit eigenlijk vandaan?

Ten Broeke: “Veel ouders zijn gewend aan verschil tussen jongens- en meisjesspullen. Daardoor blijft het voor bedrijven interessant om die spullen ook te verkopen. Een bedrijf kan zo ook meer verdienen aan ouders die meerdere kinderen hebben, omdat die voor beide geslachten speelgoed moeten kopen. Voor een kind maakt het helemaal niet uit of het jongens- of meisjesspeelgoed krijgt.

Ik voed mijn eigen dochters niet genderneutraal op, maar ik probeer ze wel te leren om na te denken over waarom bepaalde dingen zo zijn. Zo laat ik ze gerust naar een prinsessenfilm kijken, maar ik laat ze ook Brave of Pippi Langkous zien: meisjes die niet Barbieachtig zijn en voor zichzelf op durven te komen.”

“Wetenschappelijk gezien is het verschil tussen mannen en vrouwen op bijna alle gebieden heel klein. De nadruk op de verschillen tussen geslachten komt voort uit een cultuur waarin blanke heteroseksuele mannen een bevoorrechte positie hebben. Elke groep die de macht heeft, zal zijn best doen deze te behouden. Zo komt het bijvoorbeeld ook dat homoseksualiteit als iets ‘vrouwelijks’ wordt gezien. Door homo’s bij de wijven te parkeren worden de machthebbers niet in hun positie bedreigd.”

Niet alleen homo of hetero
In haar volgende boek, ‘Iedereen is bi’, schrijft Asha over homo- en heteroseksualiteit en alles wat daar tussenin zit. Want, zo stelt zij, zo zwart/wit is het allemaal niet.

Is een hetero die zich laat pijpen door een man direct een onderdrukte homo?

Asha: “Voor 1850 werd homoseksualiteit gezien als een seksuele eigenaardigheid, een variatie in het spectrum van seksuele gedragingen. Pas na die tijd is de scheiding tussen ‘homo’ en ‘hetero’ ontstaan. Maar deze scheiding is een cultureel fenomeen en geen biologisch onderscheid. Onderzoeken zoals die van Dick Swaab (zie Expreszo 6 van 2013) wijzen bepaalde kwabben in de hersenen aan waar homoseksualiteit uit zou blijken, maar ze houden geen steek. Bovendien zijn heel veel mensen helemaal niet zo makkelijk in te delen.

Is een getrouwde heteroman die zich soms door een andere man laat pijpen op een parkeerplaats direct een onderdrukte homo die nog uit de kast moet komen? Of is dat iets wat we tegen onszelf zeggen om de tweedeling tussen homo en hetero in stand te houden?”

“Sommige homo’s zetten zich af tegen andere homo’s, die in hun ogen ‘te verwijfd’ of ‘te flikkerig’ zijn. Een voorbeeld hiervan is een homo die zegt “die en die is in elkaar geslagen, maar hij had een handtas bij zich, dus hij heeft het over zichzelf afgeroepen.” Dit komt voort uit iets wat in de psychologie het just world-principe heet. Het is voor mensen heel moeilijk om te geloven dat de wereld onrechtvaardig is. Op zo’n manier maak je het voor jezelf geloofwaardig dat jij wél veilig bent. Jij gaat immers niet met een handtas over straat. Zo bescherm je jezelf een beetje tegen de boze buitenwereld.”

“Ik vind dat je andere mensen niet een identiteit op mag leggen op basis van jouw hokjes. Labels kunnen heel nuttig zijn, omdat ze mensen helpen bij een groep te horen. Doordat je ‘homo’ bent, voel je je gelegitimeerd om naar homokroegen te gaan en andere homo’s te ontmoeten. Maar op een of andere manier hoort er bij dat label dat je, als een soort volwassenheidsritueel, uit de kast moet komen, zodat je etiket officieel is. Maar zo’n coming out zou eigenlijk helemaal niet nodig moeten zijn en is voor bijna iedereen een vervelend moment. We moeten wat relaxter omgaan met de hokjes en labels die we allemaal opplakken.”

Door Wouter van Dijke

Wouter is sinds oktober 2014 hoofdredacteur van Expreszo. Hij studeert biologie en journalistiek en is de trotse bezitter van een opblaasalpaca met de naam Lodewijck.

Meer van Wouter »