De hersenen van een homo

Waar komt homoseksualiteit vandaan?

Expreszo - © - Chris Rijksen

Interview

Wouter van Dijke
2 April 2015

Dat homoseksualiteit geen keuze is, dat is inmiddels wel duidelijk. Maar waar komt het dan wél vandaan? Wat in je lichaam zorgt ervoor dat je homoseksueel wordt? Om op deze vragen een antwoord te vinden, sprak Expreszo met Dick Swaab, neurobioloog en schrijver van het boek Wij zijn ons brein.

Het eerste wat hij ons op het hart drukt is dat homoseksualiteit alles behalve onnatuurlijk is: er zijn vijftienhonderd soorten bekend waarbij homoseksueel gedrag is waargenomen. Bekende voorbeelden zijn bonobo-aapjes en giraffen, waarvan seksueel gedrag tussen twee mannetjes is geobserveerd. Ook van een bepaalde populatie zeemeeuwen is gezien dat er veel lesbische koppels ontstonden nadat de mannetjes onvruchtbaar werden door vergiftiging met DDT, een zeer schadelijk verdelgingsmiddel dat tot in de jaren zestig op grote schaal werd gebruikt.

Homoschapen
Maar is dit échte homoseksualiteit, zoals we het bij mensen kennen? Dick Swaab: “Het is erg lastig om onderscheid te maken tussen homoseksueel gedrag en homoseksualiteit in de zin dat er een voorkeur voor het eigen geslacht bestaat. Volgens sommige wetenschappers, zoals primatoloog Frans de Waal, bestaat homoseksualiteit niet bij dieren, maar is er alleen biseksualiteit. Ik ben het daar niet mee eens.”
Onderzoek van Anne Perkins suggereerde dat er wel degelijk homoseksuele dieren bestaan. Zij bestudeerde een kudde schapen in de Amerikaanse staat Oregon. Van de rammen in deze kudde werd zo’n tien procent als ‘lui’ beschreven, omdat ze weigerden te paren met een ooi. Op het moment dat deze rammen bij elkaar in de wei kwamen te staan, bleek dat ze helemaal niet lui waren: ze begonnen enthousiast elkaar te bestijgen! In het onderzoek van Perkins werden hersenen van deze homoschapen vergeleken met die van ooien en van een aantal ‘gewone’ rammen. In de breinen van de homoseksuele rammen bleek de hypothalamus, een belangrijke hormoonklier in de hersenen, maar half zo groot te zijn als die van de heteroseksuele rammen.

Homotweelingen
Swaab vond vergelijkbare verschillen in de hersenen van mensen. Zijn team kwam deze verschillen op het spoor tijdens een onderzoek naar Alzheimer. Swaab: “In de hersenen van patiënten die Alzheimer kregen als gevolg van aids, bleek het gebied van de biologische klok twee keer zo groot te zijn als normaal! Aanvankelijk werd gedacht dat dit het gevolg was van de aids of de Alzheimer, maar later bleek dat dit gebied bij gezonde homomannen ook groter was dan normaal.”

Er is ook veel onderzoek gedaan naar waar deze verschillen vandaan komen. Swaab: “Onderzoek met tweelingen laat zien dat homoseksualiteit voor vijftig procent genetisch bepaald is. Op het moment van bevruchting staat dus al voor de helft vast of je homo wordt of niet. De andere vijftig procent wordt tijdens de zwangerschap bepaald. Het heeft voor een groot deel te maken met welke hormonen in welke mate bij het ongeboren kindje terecht komen. Als een zwangere vrouw veel stress heeft, kunnen stresshormonen eraan bijdragen dat het kind homo of bi wordt.”

Gay-genen: all in the family
Dat homoseksualiteit deels genetisch bepaald is, lijkt gek: de meeste homo’s lukt het niet bijzonder goed om zich voort te planten en dus hun genen door te geven. Het zou daarom logisch zijn, als homoseksualiteit uitgestorven was. Maar daarvan is natuurlijk helemaal geen sprake. Dit wordt verklaard doordat specifieke ‘homogenen’ lijken samen te hangen met genen die voor een betere vruchtbaarheid zorgen. Hierdoor krijgen broers en zussen van een homoseksuele man of vrouw meer kinderen en zij geven zo ook de genen voor homoseksualiteit door. Dit idee wordt bevestigd door het feit dat in grote gezinnen bovengemiddeld veel homo’s voorkomen.

Er zijn veel verschillen tussen homo- en heterohersenen

 

Het is echter lastig om een direct verband te bewijzen, omdat in grote gezinnen ook een ander mechanisme een rol speelt: bij elke zoon die een vrouw krijgt, wordt de kans groter dat haar volgende zoon homoseksueel is. Dit heeft te maken met een reactie van haar immuunsysteem op de mannelijke eiwitten van de foetus. Hoe deze reactie precies in zijn werk gaat, is nog niet bekend. Swaab: “Het is allemaal een kwestie van kansen. Het hebben van meer zoons vergroot de kans op homoseksualiteit. Het hebben van bepaalde genen en verschillende externe factoren, vergroten die kans ook. Uiteindelijk bepaalt het toeval hoe deze verschillende factoren bij elkaar optellen en of het kind homo, bi of hetero wordt.”

Gay-L-M
Volgens Swaab bepalen deze mechanismen in je hersenen niet alleen of je op je eigen geslacht valt, maar bepalen ook andere interesses en capaciteiten. Swaab: “Je ziet veel homomannen in creatieve en verzorgende beroepen. De KLM wordt niet voor niets de Gay-L-M genoemd en ook hier in het ziekenhuis zijn de meeste mannelijke verplegers homoseksueel. Lesbiennes zie je bijvoorbeeld vaker bij de politie, of op hoge functies in het bedrijfsleven. Vrouwelijke bestuurders van grote bedrijven zijn veel vaker lesbisch dan gemiddeld. De hersenen van homomannen komen voor een deel overeen met die van vrouwen en een lesbisch brein lijkt mannelijk.”

Op dit moment wordt er in Zweden onderzoek gedaan met hersenscanning, waarbij zichtbaar wordt welke delen van het brein reageren op bepaalde prikkels. Hierbij worden proefpersonen blootgesteld aan feromonen. Dit zijn stoffen die mensen onbewust produceren en via de neus waarnemen en je seksuele gedrag kunnen beïnvloeden. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat je iemand aantrekkelijk vindt. De hersenen van homomannen reageren bij blootstelling aan mannelijke feromonen op dezelfde manier als heteroseksuele vrouwen. Lesbische vrouwen en heteromannen vertonen allebei geen reactie.

Speelgoedjes
Het lijkt nogal ouderwets om te spreken van ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ hersenen, maar hiermee is Swaab het niet eens: “De hersenen van mannen en vrouwen zijn echt anders. In de jaren zestig was er nogal wat feministisch gedoe: feministen weigerden te accepteren dat hun brein anders was, dan dat van een man. Maar bij een kind zie je al dat een jongetje en een meisje met ander speelgoed spelen.”

Expreszo – © – Chris Rijksen

“Ik heb mijn beide kinderen, een jongetje en een meisje, consequent zowel meisjesachtig als jongensachtig speelgoed gegeven, maar steeds kozen ze voor het speelgoed dat voor hun geslacht ‘bedoeld’ was. Genderneutraal speelgoed, zoals dat in bijvoorbeeld Zweden wordt gemaakt, vind ik crimineel. Je ontneemt een kind het plezier van speelgoed waar zijn brein een voorkeur voor heeft. Onderzoek bij babyaapjes heeft laten zien dat een meisjesaap meer geneigd is een pop te verzorgen, terwijl een mannelijk aapje meer geneigd is erachter te komen hoe een autootje werkt, zelfs als alle aapjes beide soorten speelgoed krijgen aangeboden. En je kan niet bepaald zeggen dat deze aapjes zwelgen onder de onderdrukking van de apenmaatschappij.”

Transseksualiteit
Ook transseksualiteit wordt bepaald door biologische processen. Er bestaat bijvoorbeeld een hormoonafwijking waardoor meisjes een vervormd geslachtsdeel krijgen. Ouders hebben daardoor soms het idee dat hun kind een jongetje is, omdat de vergrote clitoris van zo’n meisje lijkt op een piemel. Maar als er in een operatie een ‘echte’ penis van wordt gemaakt, blijkt ditzelfde kind zich in 97% van de gevallen toch een meisje te voelen. De vorm van het geslachtsdeel en de opvoeding van het kind hebben kennelijk een ondergeschikte rol op of een kind zich jongen of meisje voelt.

Transseksualiteit komt in twee vormen voor: iemand die zich vrouw voelt, maar een biologisch mannelijk lichaam heeft en omgekeerd: iemand die zich man voelt, maar een biologisch vrouwelijk lichaam heeft. De eerste soort komt drie keer vaker voor dan de laatste. Dat heeft te maken met de manier waarop hormonen de ontwikkeling van het brein beïnvloeden. Bepaalde hormonen, voornamelijk testosteron, zijn belangrijk voor een “mannelijke” ontwikkeling van een foetus.

Lady Gaga en Dick Swaab zijn het eens

 

Dit hormoon houdt tijdens de hele zwangerschap een keten van processen in gang, die ervoor zorgt dat er eerst een mannelijk lichaam wordt gevormd en vervolgens ook een mannelijk brein. Als deze keten halverwege de zwangerschap verstoord wordt, ontwikkelt zich een meer vrouwelijk brein in een mannelijk lichaam. De kans dat dit gebeurt, is groter dan de kans op het tegenovergestelde. Kortom: een meisjesbrein ontstaat makkelijker dan een jongensbrein en daardoor zie je dus meer mannen die zich vrouw voelen, dan omgekeerd.

Er liggen veel neurobiologische processen ten grondslag aan je seksuele geaardheid en je kunt dus niet zomaar kiezen of je homo, bi of hetero wordt. Lady Gaga en Dick Swaab zijn het eens: You were born this way!

Door Wouter van Dijke

Wouter is sinds oktober 2014 hoofdredacteur van Expreszo. Hij studeert biologie en journalistiek en is de trotse bezitter van een opblaasalpaca met de naam Lodewijck.

Meer van Wouter »