Een ongedwongen functioneringsgesprek

Tim Grafft / MOTT

Opinie

Marieke
7 March 2015

Hartelijk welkom in tijdschriftenland! Kijk even rustig rond en let bij twijfel op de handige categorieën. We delen in op mannen- of vrouwenblaadjes en andere grotere en kleinere hokjes: hengelsportblaadjes zijn voor de eenzame mannen langs de waterkant; voetbalblaadjes voor degenen die alles willen weten over de kapsels van Ronaldo; roddelblaadjes voor mensen wier eigen leven niet interessant genoeg is; en homoblaadjes voor alle homo’s!

Ja? Zijn homoblaadjes voor alle homo’s? Geeft het label LHBT een hobby aan als breien, waarvoor je patronen opzoekt in een tijdschrift? Is het een sport waarvan je de laatste wedstrijduitslagen wilt weten? Is het een ziekte
waarmee je kunt leren omgaan met behulp van artikelen over ‘lotgenoten’? Wat is de functie van een LHBT-tijdschrift als Expreszo? Wat bindt de jongeren die de artikelen lezen, behalve het niet-hetero zijn? Of is zelfs dat al een kenmerk van de lezersgroep die niet voor iedereen geldt; waarom zouden heterojongeren de artikelen niet (mogen) lezen? Of oudere jongeren?

Vroeger – toen de homo nog niet ‘normaal’ was, toen alles in donkere steegjes moest gebeuren, zodat de dominee er niet achter kwam, toen de psychiater er nog bij mocht worden gehaald, omdat deze geestesziekte te verhelpen was – was het in het belang van de seksueel andersgeaarde minderheid om een samenhangende groep te vormen waarin veiligheid en verbondenheid sterk maakten tegen de vijandelijke buitenwereld.
Het was in deze tijd dat het COC haar naam zo eufemistisch mogelijk koos (COC staat voor cultuur- en ontspanningscentrum), dat de wet die seksuele contacten met iemand van hetzelfde geslacht onder de 21 jaar strafbaar stelde nog moest worden afgeschaft (dat gebeurde in 1971), en een andere seksuele geaardheid dan monogame heteroseksualiteit überhaupt taboe was.

Het einde van het stigma

Geen jongere houdt zich nog bezig met het geslacht van de persoon door wie het hart sneller gaat kloppen.

Nu is dat allemaal niet meer zo, toch? We groeien allemaal op als ongegenderde mensenkinderen die zonder vooraf bepaald heteronormatief stempel de wereld mogen ontdekken en van alle smaken ‘ev’n mog’n proev’n’, zoals Geile Geert uit Boer zoekt Vrouw zou zeggen.
We hebben geleerd dat iets als liefde mensen niet in verschillende groepen op kan delen, maar het ons juist bindt, en dat wat of wie je liefhebt een klein detail is dat er niet toe doet. En we weten dat het vormen van een aparte groep, vrijwillig of gedwongen, apartheid juist benadrukt en een systeem in stand houdt dat om in- en uitsluiting gaat, om Wij en Zij.

De media geven de mensheid ongekunsteld weer in al haar verschillende verschijningsvormen, zonder een norm te stellen of te stigmatiseren. Alle mensen hebben dezelfde rechten en plichten en Arie Boomsma kan zich richten op een nog onontdekte minderheid; uit de kast komen hoeft niet meer, want geen jongere houdt zich nog bezig met het geslacht van de persoon door wie het hart sneller gaat kloppen.

Groepen zijn niet meer vanuit een negatieve noodzaak georganiseerd, zoals het vinden van veiligheid of om de onderdrukking van een minderheid aan te kaarten, maar zijn op positieve overeenkomsten gebaseerd: wij houden allemaal van kindermutsjes haken en hebben daarvoor een clubje opgericht.

Indentiteit als kleurplaat

Juist. Als je bij het bovenstaande dacht: ik weet niet waar deze auteur woont, maar zeer zeker niet bij mij om de hoek, dan kan dat kloppen. Wat een vakantie naar Utopia allemaal wel niet kan doen voor de fantasie!
Nee, in Nederland werkt het (nog) niet zo. Een samenleving gebaseerd op insluiting is nog steeds een moeilijke opgave voor de huidige maatschappij. De mens, dat sociale dier, komt namelijk graag samen in groepjes en die groepjes zijn over het algemeen niet willekeurig samengesteld. Ze worden gevormd op basis van een overeenkomst in overtuiging, interesse of eigenschap, en helpen bij het vormen van identiteit.

Als maar enigszins de link met LHBT gelegd kan worden is het goed

Als jong mens krijg je een fonkelend nieuwe, vrijwel blanco identiteit die van alle kanten door opdringerige pennen wordt ingekleurd. Je wordt constant gevraagd wie je bent en waar je voor staat. Het is een stuk duidelijker voor iedereen als je ergens bij hoort. De likes op je Facebookpagina vertellen in dit tijdperk immers wie je bent. De jonge LHBT’er kan een stukje identiteit inkleuren door het lezen van een blad als Expreszo en zich tegelijkertijd onderdeel voelen van een groep: je bent niet alleen, en dat is toch fijn!

Je kunt je afvragen waar die identiteit nu eigenlijk op gebaseerd is. In de wetenschap worden (of inmiddels werden) LHBT’ers als aparte menssoort bestudeerd door wetenschappers uit de gay & lesbian studies. De queer studies doen echter eigenwijs en proberen deze scheiding met hetero’s aan te kaarten door te zeggen dat essentiële gedragseigenschappen (te vertalen als aangeboren ‘andersheid’) niet bestaan: LGBT’ers vertonen net zulk divers gedrag als de ‘normale’ medemens, verrassend genoeg.
De redactievergaderingen van Expreszo onderbouwen deze stelling (op een niet-wetenschappelijke manier). De zaken waarover we kunnen gaan schrijven zijn slechts door één ding beperkt: als maar enigszins de link met LHBT gelegd kan worden is het goed.
Dus: het verschil van een artikel over een visser in Expreszo met een artikel in een hengelsportblaadje, is dat ‘onze’ visser uit gaat leggen hoe het is om homo te zijn en te vissen. Het verschil met een voetbalblaadje is dat ‘onze’ voetballer bij Arie Boomsma uit de kast kwam. Het verschil met een roddelblaadje is dat ‘onze’ beroemdheid zich niet thuis voelt in haar mannelijke lichaam.

Wij-Zij

Het is de vraag of dit erg is. Dat het criterium ‘iets met LHBT’ tot alle soorten artikelen kan leiden, geeft juist aan dat er dus geen essentieel verschil bestaat tussen de LGBT’er en de niet-LGBT’er. We zijn allemaal mensen met alle daarbij horende menselijke gedragingen en eigenschappen. Het (online) tijdschrift is dan wel voor een bepaalde doelgroep gemaakt, maar de moraal van alle verhalen bij elkaar is dat ‘Wij’ eigenlijk normaal zijn, en net als ‘Zij’ net zo van elkaar verschillen.

De meningenvloed die soms opkomt als het over LHBT-gerelateerde zaken gaat, bewijst meestal dat ‘ik ben homo en mag voor de hele homowereld spreken’ een drogreden is van het soort ‘beroep op de verkeerde autoriteit’. Neem bijvoorbeeld de briefschrijvers die meenden te moeten concluderen dat homo’s niet geschikt zijn voor het huwelijk op basis van de overspeligheid van meneer Hoes. Of neem de af en toe oplaaiende discussie tussen LGBT’ers onderling over de vraag of de emancipatie wel, dan wel niet voltooid is (vergelijk dit bijvoorbeeld ook met feminisme: een eensgezinde groep ‘vrouwen’ lijkt al net zo fictief te zijn als een eensgezinde groep LHBT’ers). Of neem de reactie op de EO-parodie die Expreszo onlangs publiceerde, waarvan iemand meende afstand te moeten nemen met het idee: ‘ik ben wel homo, maar hier ben ik het niet mee eens, mochten jullie dat denken’. Inderdaad, we zijn het lang niet altijd met elkaar eens. En dat is goed – vind ik.

Dat ik in dit stuk wel LHBT als label heb gebruikt, houdt natuurlijk ook de Wij-Zij-tegenstelling in stand. Het gebruik van zo’n term gooit ‘ons’ allemaal op één hoop, waardoor de suggestie van een homogene groep wordt gecreëerd. Geen label geven kan echter nog niet, juist omdat het idee dat we allemaal mensen zijn nog niet helemaal tot alles en iedereen doorgedrongen is. Als alle media het over mensen zouden hebben, in plaats van over ‘standaard’ heteroseksuelen, en als het label LHBT er voor het vertelde verhaal niet meer toe doet, dan kan Expreszo zich misschien afvragen voor wie het eigenlijk bestaat. Misschien is het in dat toekomstige tijdperk een jongerenmagazine geworden. Voor alle jonge mensen dus.

Als jongere met een kneedbare identiteit op zoek naar een groep kun je en mag je – maar niet moet je – dus aansluiting vinden bij de wereld van Expreszo, die misschien juist wel de functie heeft te laten zien dat alles kan en alles mag. Het is een paradoxale bevrijdingsboodschap: je hoort bij een groep, maar wat die groep definieert weten wij ook niet. Het enige dat telt is dat je weet dat je er bij hoort, maar dat je het niet overal mee eens hoeft te zijn.
We zijn een stuk verder dan de tijd waarin groepsvorming noodzakelijk was om sterk te staan tegen de hooivorken van homofoben. Zolang Utopia (zoals ik het heb geschetst, of in jouw eigen versie) echter nog niet bestaat, kan de ‘groep’ die bevrijdende functie van alles kan en alles mag hebben. Uiteindelijk zijn we misschien het liefst normaal, en indien we toch anders zijn, dan het liefst samen.

Illustraties: Nazrina Rodjan

Door Marieke

Kijkt graag hoe stabiel hokjes staan door er kleine duwtjes tegenaan te geven. Misschien vallen ze een keer om.

Meer van Marieke »