Nederland is niet veilig

Gastcolumnist Loena Maas in de LHBT-dierentuin

Column

Gastredacteur
15 December 2017, 22:43

Hier beginnen we dan: Hallo, mijn naam is Loena Maas! ik ben een beauty-studente, fanatieke haarverfster en kampioen op gebieden die niks toevoegen aan het leven. Maar daar schrijf ik nu niet over. Ik ben hier om te schrijven over de dingen die ik ervaar na mijn transitie.

Dit idee is ontstaan onder het genot van cola in een wijnglas en pikante gesprekken met Expreszo-schijfster Salem Reed. Wij beseften opeens dat bijna nergens ook maar iets te vinden is over het leven na een transitie. Sinds ik ooit model stond voor een kunstexpo over transgenders op mijn 15e ben ik af en toe in de media ‘het verhaal van Loena’ aan het vertellen. Dit heeft ertoe geleid dat mensen mij in bladen, tv, scholen, campagnes, reclames en nieuwsartikelen konden zien en horen, en dus mijn verhaal volgen. Nu ben ik ondertussen 19 jaar oud/jong en ben ik al een heel jaar in het bezit van mijn met-de-hand-gemaakte couturevagina die in de wandelgangen de naam ‘Donatella’ heeft gekregen (naar Donatella Versace, couture/mode-ontwerpster en plastische chirurgie-fan).

“Ondertussen ben ik al een heel jaar in het bezit van mijn met-de-hand-gemaakte couturevagina genaamd Donatella”

In dat jaar is een ding opgevallen, en dat is dat ik al een jaar nadat mensen het verhaal van mijn Donatella hebben gevolgd, bijna nergens meer voor gevraagd word. Dit vond ik eerst totaal niet erg. Media was immers maar iets wat ik als een soort activistische hobby deed. Maar bij het besef dat ik niet meer interessant ben omdat er geen operaties en dergelijke meer besproken kunnen worden word ik dan toch ergens geïrriteerd. Aan het eind van de dag is dit misschien waar wij onze lieve ziekenhuisjes voor nodig hebben, maar wij transgenders zijn zoveel meer dan die operaties, en dat laat de media niet altijd weten. Dus ratatata, hier is Loena met die verhalen, en ik waarschuw alvast, het is niet altijd een feestje.

Wat wel een feestje was, was een avond waarop ik met wat vrienden uit was in mijn favoriete club in Amsterdam. Het was een heerlijke avond! Mijn look was fierce, er was drank, er was goede muziek, mijn vrienden hadden het naar hun zin. En er was een groepje heteromeiden dat voor het eerst in een LBHT(enz) club was en gefascineerd rondkeek alsof ze op een rustige zomerdag midden in Artis waren. Met een open mond keken ze naar het paringsritueel van de homoseksueel, hoe mooi het kleurrijke verenkleed van de dragqueen was en hoe snel de ‘zeldzame’ vrouwelijke lesbienne haar bier wegwerkte, want zo zag je ze immers niet vaak *kuch kuch*.

“Met open mond keken ze naar het paringsritueel van de homoseksueel, het kleurrijke verenkleed van de dragqueen, en hoe snel de ‘zeldzame’ vrouwelijke lesbienne haar bier wegwerkte”

Doorgelopen in de LHBT-dierentuin kwam er een bij mij langs. Vol enthousiasme schreeuwde ze dat ze nog nooit een transgender gezien had en ineens moesten al haar vriendinnen even bij haar komen. Wat volgde waren de standaard vragen naar mij, mijn lichaam en m’n seksleven, gevolgd door een uitspraak die ik ook op bijna elke verjaardag van, laten we zeggen, tante Bep hoor: ‘Wat mogen we toch blij zijn dat we in Nederland wonen, waar dit allemaal kan en mag en je zo veilig bent’. Ik moest mij inhouden mijn ogen niet harder te laten rollen dan mijn geld zodra loon binnen is en beet op m’n tong.

Ja, ook ik ben blij dat ik hier in Nederland woon, waar ik een groot gedeelte vergoed krijg en het überhaupt niet illegaal is om trans te zijn. Maar dat neemt niet weg dat ik helaas, net als elke LHBT-er in Nederland, niet zo veilig ben als veel mensen denken. Hoewel ik zeker veiliger ben dan de meeste transgenders. Ik heb immers enorm veel privileges voor een transgender: ik ben passabel (dit betekent dat ik het voorrecht heb om op straat te kunnen lopen met een kleine kans dat mensen zien dat ik transgender ben), ik word over het algemeen gezien als aantrekkelijk, ik ben blank, mijn familie steunt mij, ik heb mijn transitie met hulp van de verzekering kunnen betalen en, hoewel ik mentaal ook mijn issues heb, heb ik een redelijk goede mentale gezondheid. Hoe raar het ook klinkt zijn de dingen die met mijn uiterlijk te maken hebben mijn grootste wapens. Des te minder het duidelijk zichtbaar is dat ik trans ben, des te beter lijken mensen het te accepteren en ermee om te kunnen gaan.

“Hoe minder zichtbaar het is dat je trans bent, hoe beter mensen ermee om lijken te gaan”

Zoals ik al zei Is Nederland echt niet zo veilig als deze kittige meiden denken. Dit jaar zijn namelijk op nog geen half jaar tijd twee transvrouwen vermoord in Nederland. Sowieso hoor je weinig over agressie tegen transgenders, maar er kan een boek mee gevuld worden.

Ik denk dan ook meteen dat ik dit aan deze aangeschoten meiden moet vertellen. Maar wat zeg ik? Vertel ik hoe ik ooit bedreigd ben, en bijna bij mijn vagina gegrepen door een stel jongens omdat een trans ze zei dat ze niet bang hoeven te zijn dat de hare groter is dan die van hen toen ik ze aansprak op hun ‘kanker homo’-opmerkingen? Zeg ik dat er bekers met cola gegooid zijn door pubers omdat ik dat regenboog-manwijf van tv was? Deel ik dat ik door een man bedreigd werd omdat hij zich aangetrokken voelde tot mij en niet wist dat ik trans was? Sommige mannen blijken dit namelijk als bedrog en een mogelijke vorm van verkrachting te zien. Of zal ik toch vertellen over een gesprek met iemand, waarbij een persoon langsliep die schreeuwde: ‘Je moet niet met haar praten, dat is een man!’ Wat vervolgd werd door: ‘Dat is vast bullshit, anders zou ik je nu echt moeten hoeken’.

“Je hoort weinig over agressie tegen transgenders, maar er kan een boek mee gevuld worden”

Vanbinnen zucht ik en wil ik even huilen. Ik pak mijn cola, neem even een slok en doe wat ik altijd doe: Ik kijk ze aan, maak een grote glimlach en zeg: ‘Dankjewel, wat lief, ja dat klopt inderdaad ja!’ Ik zeg verder maar niks. Want waarschijnlijk zullen ze het niet helemaal begrijpen. Voor hen is Nederland immers zo veilig.

 

© David Meulenbeld